munitie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ni·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schietvoorraad’ voor het eerst aangetroffen in 1551 [1]
  • via het Frans van het Latijnse munire (voorzien)
enkelvoud meervoud
naamwoord munitie munities
munitiën
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

munitie v/m

  1. schietbenodigdheden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen