anno

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·no

Bijwoord

anno

  1. in het jaar
    Dat dit anno 2017 nog kan gebeuren!

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.


Italiaans

enkelvoud meervoud
anno anni

Zelfstandig naamwoord

anno m

  1. jaar