move

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • move

Werkwoord

vervoeging van
moven

move

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moven
    • Ik move. 
  2. gebiedende wijs van moven
    • Move! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moven
    • Move je? 
  4. aanvoegende wijs van moven

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders
72 % van de Vlamingen.


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
move moves

Zelfstandig naamwoord

move

  1. beweging, zet.
  2. verhuizing
vervoeging
onbepaalde wijs to move
he/she/it moves
verleden tijd moved
voltooid
deelwoord
moved
onvoltooid
deelwoord
moving
gebiedende wijs move

Werkwoord

move

  1. bewegen
  2. verplaatsen
  3. verhuizen