mindervalide
Uiterlijk
- Geluid: mindervalide (hulp, bestand)
- IPA: / ˌmɪndərvaˈlidə / (5 lettergrepen)
- min·der·va·li·de
- samenstelling van minder en valide
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mindervalide | mindervaliden |
| verkleinwoord | - | - |
- (medisch) iemand die lichamelijk en/of geestelijk licht gehandicapt is
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | mindervalide |
| verbogen | - |
| partitief | mindervalides |
mindervalide
- (medisch) lichamelijk en/of geestelijk enigszins gehandicapt (niet helemaal valide)
- Het woord mindervalide staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "mindervalide" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %