gehandicapt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·han·di·capt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gehandicapt gehandicapter gehandicaptst
verbogen gehandicapte gehandicaptere gehandicaptste
partitief gehandicapts gehandicapters -

Bijvoeglijk naamwoord

gehandicapt

  1. met een lichamelijke afwijking
    • De gehandicapte jongen kon met een rolstoel toch nog naar school toe gaan. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
handicappen

gehandicapt

  1. voltooid deelwoord van handicappen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie