merkelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mer·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen merkelijk merkelijker merkelijkst
verbogen merkelijke merkelijkere merkelijkste
partitief merkelijks merkelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

merkelijk

  1. duidelijk
    • De studieresultaten van puberende meisjes zijn merkelijk beter dan van de jongens. 
Synoniemen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.