mener

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ner
Naar frequentie 149

Werkwoord

mener

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van mene


Frans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mener
menais
mené
eerste groep volledig

Werkwoord

mener

  1. leiden




Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ner
Naar frequentie 149

Werkwoord

mener

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van mene
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

mener

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van men
Schrijfwijzen