mener
Uiterlijk
- me·ner
| Naar frequentie | 148 |
|---|
mener
- tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van mene
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| mener |
menais |
mené |
| eerste groep | volledig | |
mener
- me·ner
| Naar frequentie | 151 |
|---|
mener
- tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van mene
mener
- nominatief onbepaald mannelijk meervoud van men
Categorieën:
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 5
- Woorden in het Deens met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Werkwoord in het Frans
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 5
- Woorden in het Noors met audioweergave
- Woorden in het Noors met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Noors
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Noors