meesterschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mees·ter·schap
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord meesterschap meesterschappen
verkleinwoord meesterschapje meesterschapjes

Zelfstandig naamwoord

meesterschap o [1]

  1. een vakmanschap
    Dit beroep is een meesterschap.
  2. het meester zijn
Hyponiemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal