meegerekend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·ge·re·kend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
meerekenen

meegerekend

  1. voltooid deelwoord van meerekenen
stellend
onverbogen meegerekend
verbogen meegerekende

Bijvoeglijk naamwoord

meegerekend

  1. meegeteld, inbegrepen, ingecalculeerd
    • Zij kreeg minder bijstand door het meegerekend inkomen van haar zoon. 
    • Het bestuur meegerekend waren er negen leden aanwezig. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
meerekenen

meegerekend

  1. voltooid deelwoord van meerekenen

Gangbaarheid