medestander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·de·stan·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord medestander medestanders
verkleinwoord medestandertje medestandertjes

Zelfstandig naamwoord

medestander m

  1. bondgenoot, aanhanger, iemand die je helpt je doel te bereiken, vaak tegen mensen dat proberen tegen te gaan
    • Samen met zijn medestanders probeerde hij zijn tegenstanders te verslaan. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

medestander m

  1. compagnon, deelgenoot
Overerving en ontlening

Verwijzingen