matador

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Miura, Fundi, Sevilla Abril, 09.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ta·dor
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘stierenvechter’ voor het eerst aangetroffen in 1865 [1]
  • uit het Spaans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord matador matadors
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

matador m [3]

  1. stierenvechter
  2. de eerste onder de eersten
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen