maskine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·skin
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Duitse zelfstandige naamwoord Maschine, dat van het Latijnse zelfstandige naamwoord machina komt, dat weer van het Oudgriekse woord μηχανή (mēchané) komt
Naar frequentie 2232
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   maskin     maskinen     maskiner     maskinerne  
genitief   maskins     maskinens     maskiners     maskinernes  

Zelfstandig naamwoord

maskine, m

  1. (techniek), (werktuigbouwkunde) machine
Afgeleide begrippen