magneet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mag·neet
enkelvoud meervoud
naamwoord magneet magneten
verkleinwoord magneetje magneetjes

Zelfstandig naamwoord

magneet m

  1. (natuurkunde) voorwerp dat een magnetisch veld verspreidt
    • IJzer en nikkel vormen permanente magneten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie