magnetisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mag·ne·tis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord magnetisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

magnetisme o

  1. (natuurkunde) natuurkundig verschijnsel waardoor voorwerpen aantrekkingskracht op elkaar uitoefenen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Catalaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Deens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Indonesisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Noors

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Nynorsk

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme