magnetisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mag·ne·tis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord magnetisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

magnetisme o

  1. (natuurkunde) natuurkundig verschijnsel waardoor voorwerpen aantrekkingskracht op elkaar uitoefenen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme

Meer informatie


Catalaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Deens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Indonesisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Limburgs

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme

Meer informatie


Noors

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Nynorsk

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. (natuurkunde) magnetisme


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /maɡnɛtɪzmɛ/
Woordafbreking
  • mag·ne·ti·s·me

Zelfstandig naamwoord

magnetisme

  1. vocatief enkelvoud van magnetismus
Schrijfwijzen