luw
Uiterlijk
- luw
- In de betekenis van ‘windvrij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1480 [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | luw | luwer | luwst |
| verbogen | luwe | luwere | luwste |
| partitief | luws | luwers | - |
luw
- uit de wind, windstil
- Het is hier best luw.
- redelijk warm, lauw
1. uit de wind, windstil
| vervoeging van |
|---|
| luwen |
luw
- Het woord luw staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "luw" herkend door:
| 87 % | van de Nederlanders; |
| 90 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ "luw" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 87 %
- Prevalentie Vlaanderen 90 %