logistiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·gis·tiek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorzieningen van troepen’ voor het eerst aangetroffen in 1855 [1]
  • afgeleid van het Franse logistique [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord logistiek
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

logistiek v

  1. (verkeer) het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de goederenstroom
    • De logistiek van goederen gebeurt over water, over de weg en door de lucht. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen logistiek logistieker logistiekst
verbogen logistieke logistiekere logistiekste
partitief logistieks logistiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

logistiek

  1. betrekking hebbend op de logistiek
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen