liederlijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lie·der·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘losbandig’ voor het eerst aangetroffen in 1709 [1]
  • van het Duits (met het achtervoegsel -lijk) [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen liederlijk liederlijker liederlijkst
verbogen liederlijke liederlijkere liederlijkste
partitief liederlijks liederlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

liederlijk [3]

  1. volstrekt zedeloos
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijwoord.

Bijwoord

liederlijk

  1. (informeel) in de hoogste mate
Uitdrukkingen en gezegden
  • zich liederlijk vervelen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen