levensgevaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·ge·vaar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levensgevaar levensgevaren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

levensgevaar o

  1. omstandigheden die dreigen de dood ten gevolge te hebben
    Na dat ongeluk verkeerde hij enige tijd in levensgevaar.
Vertalingen