levensader

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·ader
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levensader levensaderen
levensaders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

levensader v/m [1]

  1. (figuurlijk) zeer belangrijke verbinding; verbinding die van levensbelang is
     De weg die Mozambique met Zimbabwe verbindt, in de woorden van correspondent Bram Vermeulen "de levensader van zuidelijk Afrika", is op veel plaatsen vernield en wordt omringd door ondergelopen gebied. Mensen die voor de modder op de vlucht zijn geslagen, kamperen nu langs de weg.[2]
  2. (figuurlijk) iets dat van zeer groot belang is
     En dan is er nog de jeugdopleiding, de belangrijkste levensader van de club. Liefst 33 spelers nam Stam mee naar het Oostenrijkse Scheffau Am Wilden Kaiser, onder wie veel talenten van Varkenoord. Ze zullen nodig zijn tijdens dit seizoen om, zoals het er nu naar uitziet, vooral aanvallen van AZ, Vitesse en FC Utrecht op de derde plaats af te schudden.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 3 april 2022 Weblink bron “Dodental overstroming zuidelijk Afrika stijgt naar 500” (21-03-2019), NOS
  3. Boris Pasternak (vert. Margriet Berg en Marja Wiebes) op Wikipedia “Dokter Zjivago” (1957), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028261396