lapwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lap·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lapwerk lapwerken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lapwerk o [1]

  1. provisorische reparaties
    • De gemeente Hengelo moet momenteel heel wat lapwerk verrichten aan wegen door vorstschade. Inmiddels zijn op twintig wegen en vier fietspaden één of meerdere gaten ontdekt.[2] 
    • Maar volgens de partijen ontstaat er zo een "lapwerk" waarmee het kabinet de luchthaven wil beschermen. D66-Kamerlid Salima Belhaj wil dat er in september een structurele oplossing is voor de beveiliging van Schiphol. [3] 
    • Met lapwerk en financiële injecties wordt nu een zorgsector overeind gehouden waar we ooit trots op waren. Niet alleen ouderen maar ook zorgverleners hebben geleden. Zij holden van de ene reorganisatie naar de andere, werden opgescheept met loodzware taken. Bovendien kregen ze niet de waardering die zij verdienden, want het is vooral aan hen te danken dat de ouderenzorg nog functioneert. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen