Naar inhoud springen

lappen

Uit WikiWoordenboek
Kinderen spelen op gekleurde lappen stof
  • lap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lappen
lapte
gelapt
zwak -t volledig

lappen

  1. overgankelijk, (techniek), (textiel): een of meer lappen in of op iets zetten (m.n. van kleding)
    • Kun je die broek lappen? 
  2. overgankelijk, (informeel) klaarspelen
    • Eindelijk, we hebben het dan toch gelapt! 
  3. overgankelijk, (pejoratief) iemand iets vervelends aandoen
    • Lap me dat niet nog een keer! 
  4. overgankelijk met een zeem schoonmaken
  • [1] de broek lappen en het garen toegeven
    een dienst verlenen die in verhouding tot de opbrengst erg veel tijd en/of geld kost, of waar je uitsluitend verlies op maakt
  • [4] ramen lappen

delappenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lap
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • lap·pen
Naar frequentie 6654

lappen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van lapp
  • lap·pen

lappen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van lapp