laagconjunctuur
Uiterlijk
- Geluid: laagconjunctuur (hulp, bestand)
- IPA: / ˈlaxkɔɲʏŋkˌtyr / (4 lettergrepen)
- laag·con·junc·tuur
- samenstelling van laag en conjunctuur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | laagconjunctuur | laagconjuncturen |
| verkleinwoord | - | - |
de laagconjunctuur v
- (economie) tijd waarin het slecht gaat met de economie die zich kenmerkt door een hoge werkloosheid, een geringe economische bedrijvigheid en een voorzichtige bestedingsneiging onder de consumenten
- Het woord laagconjunctuur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 15
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal