kwel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bron’ voor het eerst aangetroffen in 1657 [1]
  • In beide gevallen een nominale afleiding van het werkwoord kwellen, dat in zijn respectievelijke betekenissen ("pijnigen" en "zwellen") een andere etymologie heeft. [2] [3] [4]
enkelvoud meervoud
naamwoord kwel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kwel m [5]

  1. het kwellen, kwelling
  2. ongemak, moeilijke situatie waardoor men gekweld wordt
Uitdrukkingen en gezegden

[2] kommer en kwel

  • één en al narigheid, niets dan onheil
enkelvoud meervoud
naamwoord kwel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kwel v/m [6] [7]

  1. (geologie) grondwater dat onder druk opwelt of door een dijk sijpelt, meestal vanwege een verschil in de waterspiegel
    • Kwel die eeuwen onder de grond heeft gestroomd, is arm aan voedsel maar rijk aan kalk. 
  2. het verschijnsel waarbij kwelwater opwelt
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kwellen

kwel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwellen
    • Ik kwel. 
  2. gebiedende wijs van kwellen
    • Kwel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwellen
    • Kwel je? 
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen