kuif

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuif
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘opstaand voorhaar’ voor het eerst aangetroffen in 1600 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kuif kuiven
verkleinwoord kuifje kuifjes

Zelfstandig naamwoord

kuif v / m [3]

  1. opstaande haarlok op het hoofd
  2. hoofdhaar
  3. opstaand verenkleed op de kop van een vogel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kuiven

kuif

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuiven
    • Ik kuif. 
  2. gebiedende wijs van kuiven
    • Kuif! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuiven
    • Kuif je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen