kronkelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kron·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kronkelen
kronkelde
gekronkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

kronkelen

  1. (ergatief) in veel bochten ergens heen lopen of bewegen
    Het bergpad kronkelt naar boven.
  2. (inergatief) heen en weer zich in bochten wringen
    Er werd heftig gekronkeld en gefoeterd, maar los kwamen ze niet.
  3. (wederkerend) zich ~: kronkelend zijn weg gaan
    De weg kronkelde zich langs de rivier.
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • kronkelen als een aal
  • kronkelen als een paling
  • kronkelen als een slang
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl