kronkelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kron·ke·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kronkelig kronkeliger kronkeligst
verbogen kronkelige kronkeligere kronkeligste
partitief kronkeligs kronkeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

kronkelig

  1. met veel bochten
    • De bergweg moest wel zeer kronkelig zijn, anders zouden er te steile stukken in voorkomen. 
  2. niet via een snelle heldere duidelijke procedure
    • De kronkelige wegen van zijn gedachten zijn nauwelijks te volgen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.