krijgsverraad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krijgs·ver·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krijgsverraad krijgsverraden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

krijgsverraad o [1]

  1. (militair) actie van een burger gericht tegen het bezettende leger in tijden van oorlog
    • Haar acties bleven, ook bij de vijand, niet onopgemerkt: in 1915 werd ze voor een eerste keer gearresteerd, maar bij gebrek aan bewijzen weer vrijgelaten. Op 20 januari 1916 werd Gabrielle Petit opnieuw opgepakt en ditmaal was ze verraden. Ze werd ter dood veroordeeld voor "krijgsverraad bestaande uit verspieding". Op 1 april 1916 fusilleerde een Duits vuurpeloton de toen 23-jarige Petit op de Nationale Schietbaan in Brussel. [2] 
Antoniemen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen