komkommertijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·kom·mer·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord komkommertijd komkommertijden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

komkommertijd v/m

  1. periode in het jaar waarin er (ogenschijnlijk) weinig belangrijk nieuws te melden is, in het bijzonder de maanden juli en augustus
    • Het is weer komkommertijd. 
Verwante begrippen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen