koer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: køarkøer


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koer

Werkwoord

vervoeging van
koeren

koer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koeren
    • Ik koer. 
  2. gebiedende wijs van koeren
    • Koer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koeren
    • Koer je? 

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.