knechten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
knechten knechtend
knechting geknecht


Woordafbreking
  • knech·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knechten
knechtte
geknecht
zwak -t volledig

Werkwoord

knechten

  1. overgankelijk tot dienstbaarheid onderwerpen
    • Tijdens de kolonisatie werd de plaatselijke bevolking vaak in meerdere of mindere mate geknecht of regelrecht tot slavernij gedwongen. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

knechten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knecht
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.