clique

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cli·que
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord clique cliques
verkleinwoord cliqueje cliquejes

Zelfstandig naamwoord

clique v [1]

  1. kleine, besloten groep van mensen die elkaar goed kennen
     ,Het is een soort vakantie, maar dan in eigen stad en met de vriendenkring. Het is een grote Nimweegse clique.’’[2]
     Equatoriaal-Guinea heeft enorme olievoorraden, maar het grootste deel van de bevolking is straatarm. De rijkdom komt vooral ten goede aan een corrupte clique rond de president, de vader van de vicepresident.[3]
     Prestigieuze bouwprojecten met al hun financiële voordeeltjes voor de betrokken clique zijn nu voorlopig ook verleden tijd.[4]
Synoniemen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Vince Decates “Het Nimweegs Artiesten Festival is een echt Nijmeegs feestje” (14 jul. 2019), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Equatoriaal-Guinea sleept Parijs voor VN-hof” (08 nov. 2012), De Telegraaf
  4. Bronlink Weblink bron “Streep door prestigieuze Chinese bouwprojecten” (23-07-2013), Reformatorisch Dagblad