kliekje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kliek·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord kliekje kliekjes

Zelfstandig naamwoord

kliekje o dim. tant.

  1. (kookkunst) opgewarmd voedsel dat overgebleven is van een eerdere maaltijd
    • Het zijn maar kliekjes van gisteren, hoor. 

Zelfstandig naamwoord

kliekje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kliek

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie