Naar inhoud springen

kliekje

Uit WikiWoordenboek
  • kliek·je
  • afgeleid van  kliek zn  met het achtervoegsel -je
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (kliek) (klieken)
verkleinwoord kliekje kliekjes

hetkliekjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kliek
  2. alleen verkleinwoord (kookkunst) opgewarmd voedsel dat overgebleven is van een eerdere maaltijd
    • Het zijn maar kliekjes van gisteren, hoor. 
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be