kinderkamer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderkamer kinderkamers
verkleinwoord kinderkamertje kinderkamertjes

Zelfstandig naamwoord

kinderkamer v/m

  1. een kamer ingericht voor kinderen
    • De kinderkamer was lichtgroen geverfd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie