kieskeurig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kies·keu·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van kies (stam van het werkwoord kiezen) en keur met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kieskeurig kieskeuriger kieskeurigst
verbogen kieskeurige kieskeurigere kieskeurigste
partitief kieskeurigs kieskeurigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kieskeurig

  1. niet snel tevreden met een keuze
    Zij is de kieskeurigste eetster die ik ooit heb meegemaakt.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl