Naar inhoud springen

kieskeurig

Uit WikiWoordenboek
  • kies·keu·rig
  • In de betekenis van ‘veeleisend’ voor het eerst aangetroffen in 1661 [1]
  • Samenstellende afleiding van kies (stam van het werkwoord kiezen) en keur met het achtervoegsel -ig [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen kieskeurigkieskeurigerkieskeurigst
verbogen kieskeurigekieskeurigerekieskeurigste
partitief kieskeurigskieskeurigers-

kieskeurig

  1. niet snel tevreden met een keuze
    • Zij is de kieskeurigste eetster die ik ooit heb meegemaakt. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]