keerpunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • keer·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keerpunt keerpunten
verkleinwoord keerpuntje keerpuntjes

Zelfstandig naamwoord

keerpunt o

  1. plaats waar men om moet of kan keren
     Bij het laatste keerpunt in het water bij Odaiba, een kunstmatig eiland in de baai van Tokio, lag Sharon van Rouwendaal voor een op haar ongewone positie. Als vierde ging ze om de gele boei, op een armlengte achterstand van de Braziliaanse Ana Marcela Cunha. Het was een bewuste keuze geweest, zo zei de 27-jarige openwaterzwemster na de race tegen de NOS.[2]
  2. moment waarop een ontwikkeling blijvend en ingrijpend van richting verandert
     Dit is een keerpunt in de wereldgeschiedenis. Rusland is vanaf nu een vijand.[3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 26 februari 2022 Weblink bron Jelmer Kos “Na 10 kilometer zwemmen is het verschil tussen goud en zilver minder dan een seconde” (4 augustus 2021) op nrc.nl
  3. Bronlink Weblink bron “De rancuneuze dictator Poetin heeft iedere rationaliteit verloren” (24 feb 2022) op nos.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be