Naar inhoud springen

kastanje

Uit WikiWoordenboek
  • kas·tan·je
enkelvoud meervoud
naamwoord kastanje kastanjes
verkleinwoord kastanjetje kastanjetjes

dekastanjev/m [3]

  1. (bloemplanten) benaming voor loofbomen uit het geslacht Castanea op Wikispecies, vooral inheems in subtropische gebieden
    • De Enschedese boomverkiezing op www.boomverkiezing.nl is gewonnen door drie 80 jaar oude moeraseiken aan de Papaverstraat in de Laares. Nummer twee werd de uitgegroeide kastanje aan de Deurningerstraat. De grootste mammoetboom van Twente in het Ledeboerpark werd derde. Er werden meer dan 400 stemmen uitgebracht. [4] 
  2. (plantkunde) eetbare vrucht van bomen uit het geslacht Castanea op Wikispecies
  • De kastanjes voor iemand uit het vuur halen
Iemand anders het gevaarlijke werk laten doen
stellend
onverbogen kastanje
verbogen
partitief kastanjes

kastanje

  1. de kleur van een kastanje hebbend
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]