Naar inhoud springen

castagne

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  castagne     la castagne     castagnes     les castagnes  

castagne v

  1. (spreektaal) dreun, klap, hengst [1]
  2. (spreektaal) knokpartij
    «Y a eu de la castagne à la sortie du bahut, le principal a dû appeler les keufs.»
    Er was een knokpartij bij de uitgang van de school, de rector heeft de smerissen moeten bellen. [1]
vervoeging van
castagner

castagne

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van castagner
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van castagner
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van castagner