kapotgaan
Uiterlijk
- ka·pot·gaan
- samenstelling van kapot bn en gaan ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kapotgaan |
ging kapot |
kapotgegaan |
| klasse 7 | volledig | |
kapotgaan
- beschadigd raken waardoor iets niet meer functioneert
- Als je een kopje laat vallen gaat het kapot.
- (verouderd) (informeel) het leven verliezen
- [2] overlijden, doodgaan, sterven, omkomen
1.
- Het woord kapotgaan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kapotgaan" herkend door:
| 90 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 7 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 90 %
- Prevalentie Vlaanderen 87 %