kanunnik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·nun·nik
enkelvoud meervoud
naamwoord kanunnik kanunniken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kanunnik m

  1. (religie) een titel die aan bepaalde geestelijken wordt verleend binnen enkele christelijke kerkgemeenschappen.
    Hij was kanunnik van het kathedrale kapittel.
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie