kansenparel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·sen·pa·rel
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van  kans zn  en  parel zn  met het invoegsel -en-  in de jaren 10 van de 21e eeuw in uiterst rechtse kringen gangbaar geworden sarcastische combinatie van twee termen die wel eens worden gebruikt door voorstanders van een ruimhartig toelatingsbeleid
enkelvoud meervoud
naamwoord kansenparel kansenparels
verkleinwoord kansenpareltje kansenpareltjes

Zelfstandig naamwoord

kansenparel v

  1. (pejoratief) immigrant uit een niet-westers land
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen