jogging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jog·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jogging joggings
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jogging v

  1. (sport) het hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven
    • De jogging van vanochtend heeft me goed gedaan. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie