inwoner

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·wo·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inwoner inwoners
verkleinwoord inwonertje inwonertjes

Zelfstandig naamwoord

inwoner m

  1. iemand die in een bepaalde plaats of een bepaald land woont
Vertalingen

Meer informatie