inwijden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·wij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inwijden
wijdde in
ingewijd
zwak -d volledig

Werkwoord

inwijden

  1. overgankelijk, (religie) ritueel voor een bepaalde geheiligde functie geschikt maken
    • De bisschop kwam om de nieuwe kerk in te wijden. 
  2. overgankelijk iemand toegang verschaffen tot kennis die niet iedereen heeft
    • Hij werd ingewijd in de rituelen van de sekte. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be