invasie
Uiterlijk
- in·va·sie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vijandelijke inval’ voor het eerst aangetroffen in 1524 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | invasie | invasies |
| verkleinwoord | invasietje | invasietjes |
de invasie v
- (militair) het binnendringen van een legermacht in een ander land
- De invasie van Normandië in 1944 was het begin van de Bevrijding.
- De documenten onthullen dat de regering van president Vladimir Poetin bij de start van de Russische invasie van Oekraïne in 2022 de opdracht had gegeven om kinderen uit weeshuizen mee te nemen naar Rusland. Dat moest gebeuren onder het mom van "humanitaire evacuaties".[3]
- De CO2-uitstoot als gevolg van de grootschalige Russische invasie in Oekraïne, die deze week vier jaar geleden begon, is opgelopen tot het equivalent van ruim 300 miljoen ton.[4]
- Het woord invasie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "invasie" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "invasie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ invasie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ www.nu.nl (24 mrt 2025)
- ↑ www.nrc.nl (23 feb 2026)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Militair in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %