inval

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·val
enkelvoud meervoud
naamwoord inval invallen
verkleinwoord invalletje invalletjes

Zelfstandig naamwoord

inval m

  1. het plotseling met een leger- of politiemacht binnendringen in een gebouw of gebied
    De politie heeft een inval gepleegd in dat pand en vond er een metamfetaminefabriekje.

Werkwoord

vervoeging van
invallen

inval

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van invallen
    ... dat ik inval.