instorting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kertoren van Jorwerd na instorting
Uitspraak
Woordafbreking
  • in·stor·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord instorting instortingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

instorting v [1]

  1. het kapot gaan van een constructie door naar beneden vallen
    • Gelukkig was er niemand gewond geraakt tijdens de instorting van het kantoorgebouw.  
    • In juli 2016 stortte een gletsjertong plotsklaps in, wat een lawine van ijs en stenen veroorzaakte in een vallei in Tibet over een gebied van tien vierkante kilometer. Negen inwoners van het afgelegen dorpje Dungru overleefden de lawine niet, net als honderden schapen en jaks. De oorzaak van de instorting is nog niet duidelijk. [2] 
  2. (figuurlijk) psychisch of lichamelijk niet meer goed kunnen functioneren door uitputting
    • Na de dood van haar kind had de moeder een vreselijke instorting. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen