instinct

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·stinct
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘natuurdrift’ voor het eerst aangetroffen in 1650 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord instinct instincten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

instinct o

  1. (biologie) gedrag dat geheel genetisch bepaald is
    • Hun instinct doet insecten afkomen op een lichtbron in de duisternis. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen