inspringen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sprin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inspringen
sprong in
ingesprongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

inspringen

  1. ergatief met een sprong zich in iets begeven
    • Hij is het water ingesprongen. 
  2. (typografie) een wat grotere kantlijn onbeschreven laten
  3. ergatief een opengevallen plaats innemen om hulp te bieden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.