inroepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·roe·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inroepen
riep in
ingeroepen
klasse 7 volledig

Werkwoord

inroepen

  1. overgankelijk vragen of iemand tussenbeide of te hulp komt
    Zij hadden de hulp van de NATO ingeroepen.
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.