inramen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ra·men
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

inramen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inramen
raamde in
ingeraamd
zwak -d volledig
  1. (fotografie) een diafilm in een diaraampje plaatsen zodat ze met een diaprojector vertoond kan worden
    • Wat kunnen ze eigenlijk? Dia's inramen, een tv aanzetten, een toestel repareren twee weken nadat je erom gevraagd hebt, en een tape op een verkeerd merk overspoelen. Maar geef ze een echte filmcamera in handen en ze komen zelfs míj om advies vragen.’ [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Telegraaf (1977)– [tijdschrift] Revisor, De [Een overwinnaar (vervolg)]